Terug naar overzicht

MOZOM-analyse

Niet etniciteit, wel nationaliteit: officiele cijfers tonen een harde breuk in Europese criminaliteitsdata

Type: Analyse Auteur: de redactie Gepubliceerd: 31 juli 2026 om 19:20 Correctie melden
Redactionele karikatuur van drie generieke boeven bij Europese kaarten, grafieken en politiedata als illustratie bij criminaliteitsstatistieken naar nationaliteit.
Bron
Eurostat, BKA, Statistics Denmark, CBS, Brå, SSB, GOV.UK/MoJ, SSMSI, INE, BFS, BMI Oostenrijk en het Italiaanse ministerie van Justitie
MOZOM-kop
Niet etniciteit, wel nationaliteit: officiele cijfers tonen een harde breuk in Europese criminaliteitsdata
Originele kop
Eurostat meet geen ras, maar burgerschap; juist die tabel maakt het migratie- en veiligheidsdebat concreet
Auteur
de redactie
Datum
31 juli 2026 om 19:20
Onderwerp
MOZOM vergelijkt Europese criminaliteitsdata naar burgerschap met nationale bronnen over herkomst, geboorteland, ouders en verblijfstatus, en onderzoekt wat deze cijfers wel en niet bewijzen.
Onderzoek HTML-chart openen Interactieve chart op basis van de Eurostat-cijfers; de bronnen staan onderaan. Onderzoek CSV-data downloaden Herbruikbare tabel met de Eurostat-berekening van MOZOM over 2024. Onderzoek JSON-data downloaden Gestructureerde dataset met dezelfde berekening en bron-URLs.

Samenvatting origineel bericht

De eigen Eurostat-berekening van MOZOM vergelijkt het aandeel buitenlandse of staatloze inwoners met het aandeel buitenlandse verdachten, veroordeelden en gevangenen. In Duitsland vormen buitenlandse of staatloze inwoners volgens Eurostat 14,5 procent van de bevolking, maar 41,8 procent van de verdachten en 40,8 procent van de veroordeelden. In Oostenrijk gaat het om 19,5 procent inwoners tegenover 46,7 procent verdachten. In België: 13,8 procent inwoners tegenover 39,4 procent verdachten. In Spanje: 13,4 procent tegenover 37,7 procent. In Denemarken: 10,9 procent tegenover 33,6 procent. Dat is geen randverschijnsel. Tegelijk is het ook geen totaalbewijs: in Frankrijk, Duitsland, Spanje en Denemarken blijven nationale burgers in absolute aantallen de meerderheid van de verdachten. Nederland en Zweden leveren in Eurostat geen bruikbare verdachte-splitsing naar burgerschap, maar publiceren zelf herkomstdata. CBS ziet in Nederland in 2023 het hoogste verdachtepercentage bij de in Nederland geboren tweede generatie met twee in het buitenland geboren ouders: 2,8 procent, tegenover 0,6 procent bij mensen van Nederlandse herkomst. Brå ziet in Zweden dat buitenlands geborenen en in Zweden geborenen met buitenlandse ouders vaker als verdachte geregistreerd zijn dan mensen met twee in Zweden geboren ouders. De conclusie: wie dit onderwerp wegzet als racisme negeert officiële data; wie het als etnisch noodlot brengt, overdrijft wat de data kan bewijzen.

Eigen brononderzoek: van Eurostat naar herkomstdata

MOZOM haalde drie Eurostat-datasets op: verdachten, vervolgden en veroordeelden naar burgerschap; gevangenen naar burgerschap; en bevolking naar burgerschap. Daarna is per land berekend hoe groot het aandeel buitenlandse of staatloze inwoners is en hoe groot het aandeel buitenlandse verdachten, veroordeelden en gevangenen is. In 31 Eurostat-gebieden was een verdachte-splitsing beschikbaar; bij 23 daarvan kon die betrouwbaar worden gekoppeld aan een bevolkingsaandeel voor buitenlandse of staatloze inwoners. De hoogste verhouding tussen buitenlands verdachte-aandeel en buitenlands inwonersaandeel stond bij Kroatië, Slowakije, Griekenland, Denemarken en Duitsland. Daarna zijn nationale bronnen gezocht die dichter bij herkomst komen: CBS gebruikt geboorteland en ouders, Statistics Denmark gebruikt herkomst en onderscheidt onder meer Deense oorsprong, immigranten en nakomelingen, Brå gebruikt Zweeds of buitenlands geboren ouders, SSB gebruikt immigrantenachtergrond, Engeland en Wales publiceren etniciteitsdata, Frankrijk, Spanje, Oostenrijk, Zwitserland en Italië publiceren vooral nationaliteit of verblijfstatus.

De vraag wordt vaak te grof gesteld

De term oorspronkelijke bevolking klinkt politiek begrijpelijk, maar is geen vaste Europese statistische categorie. Wie daaruit een huidskleur- of rassenchart wil maken, loopt weg van de officiële data. Maar wie doet alsof nationaliteit en herkomst er niet toe doen, loopt óók weg van de data. De eerlijke formulering is scherper: in veel Europese landen zijn niet-staatsburgers en sommige groepen met migratieachtergrond duidelijk oververtegenwoordigd in politie- en justitiecijfers. Dat is een beleidsfeit, geen vrijbrief om hele bevolkingsgroepen verdacht te maken.

Wat de cijfers niet bewijzen

Eurostat gebruikt nationaliteit, niet etniciteit. Een genaturaliseerde dader telt als nationale burger, ook als zijn ouders in het buitenland zijn geboren. Een buitenlandse verdachte kan juist toerist, grenswerker, asielzoeker, arbeidsmigrant, illegaal verblijvende persoon of vaste inwoner zijn. Het noemerprobleem is belangrijk: Eurostat deelt buitenlandse verdachten door de buitenlandse residentenpopulatie, terwijl sommige verdachten niet in het land wonen. Ook verdachten zijn geen veroordeelden. Daarom is de harde conclusie niet dat criminaliteit Europees breed vooral door niet-oorspronkelijke inwoners wordt gepleegd. De harde conclusie is dat de nationaliteits- en herkomstbreuk te groot is om weg te moraliseren.

Mogelijke boodschap achter het nieuws

De zichtbare boodschap van veel officiële bronnen is voorzichtigheid. De kritische tegenlezing is dat voorzichtigheid soms wordt gebruikt om het harde patroon niet uit te spreken. De lezer ziet daardoor tegelijk het harde patroon en de grens van de conclusie: oververtegenwoordiging is zichtbaar, collectieve schuld niet bewezen.

Neutrale conclusie

Deze analyse bouwt geen rasgrafiek en geen collectieve schuldgrafiek. Zij laat zien wat officiële bronnen wél laten zien: nationaliteit, verblijfstatus en herkomst hangen in veel Europese criminaliteitsstatistieken zichtbaar samen met oververtegenwoordiging. Dat is geen eindantwoord, maar wel een beginpunt dat burgers mogen zien. Een volwassen migratie- en veiligheidsdebat begint dus niet met wegkijken en ook niet met schelden. Het begint met tabellen die iedereen kan controleren.

Bron:

Gerelateerde analyses