MOZOM-analyse
Van opvanguitvoerder naar megasysteem met miljardenbudget: de belastingrekening achter asielopvang

- Bron
- COA, Tweede Kamer, Officiele bekendmakingen, Fedasil, Destatis, Bundestag en Franse Senaat
- MOZOM-kop
- Van opvanguitvoerder naar megasysteem met miljardenbudget: de belastingrekening achter asielopvang
- Originele kop
- COA, Fedasil, Duitsland en Frankrijk laten zien hoe asielopvang uitgroeit tot een publiek gefinancierd miljardenstelsel
- Auteur
- de redactie
- Datum
- 1 augustus 2026 om 07:30
- Onderwerp
- MOZOM onderzoekt aan de hand van officiele jaarrekeningen, begrotingsstukken en statistieken hoe asielopvang in Nederland, Belgie, Duitsland en Frankrijk financieel is gegroeid, en waar de belastingrekening terechtkomt.
Samenvatting origineel bericht
Het COA groeide volgens de eigen financiele verantwoording van 851,6 miljoen euro aan baten in 2021 naar 3,712 miljard euro in 2025. De gemiddelde bezetting steeg van 55.600 personen in 2023 naar 73.991 in 2025, terwijl het aantal bewoners eind 2025 op 79.137 stond. De personele inzet ging van 6.845 medewerkers eind 2023 naar 8.697 eind 2025. Belgie heeft met Fedasil een vergelijkbare opvanguitvoerder: de federale dotatie groeide van 296,4 miljoen euro in 2015 naar 929,4 miljoen euro in 2024. Duitsland heeft geen centraal COA-equivalent; opvang en voorzieningen lopen via Bond, deelstaten en gemeenten. Alleen al de Duitse Asylbewerberleistungen kostten in 2024 bruto 6,718 miljard euro en netto 6,423 miljard euro. Frankrijk is nog gefragmenteerder: de Senaat noemt voor 2025 minstens 1,85 miljard euro aan asielkosten en zegt dat herkenbare kosten rond 2 miljard euro liggen, terwijl bepaalde medische, sociale, onderwijs- en politiekosten niet volledig in dat cijfer zitten. De conclusie is niet dat opvangorganisaties winstbedrijven zijn. De conclusie is wel dat asielopvang een groot publiek gefinancierd systeem is geworden, met eigen personeel, locaties, contracten, zorgkosten en noodopvanglogica.
Eigen brononderzoek: publieke budgetten naast bezetting en personeel
MOZOM zette de cijfers uit de COA-jaarrekening, Kamerstukken, Fedasil-budgetten, Duitse Destatis-tabellen en Franse Senaatsrapporten naast elkaar. De bijbehorende HTML-chart, CSV-data en JSON-data staan als klikbare onderzoeklinks bij dit artikel en in de bronnenlijst. De tabel is bewust geen simpele ranglijst, omdat de landen niet hetzelfde boeken. Nederland en Belgie hebben herkenbare agentschappen. Duitsland boekt een groot deel via Asylbewerberleistungen en via deelstaten en gemeenten. Frankrijk verdeelt kosten over begrotingsprogramma's, uitvoerders en noodhuisvesting. De eigen waarde zit daarom in de scheiding: organisatiebudget, uitkeringskosten, opvangcapaciteit, personeel en voetnoten worden naast elkaar gezet, niet op een hoop gegooid.
Van crisis naar vaste capaciteit
Het scherpe punt zit niet in het woord opvang, maar in de overgang van nood naar structuur. In Nederland ging het COA-budget van minder dan 1 miljard euro in 2021 naar ruim 3,7 miljard euro in 2025. De organisatie draait met duizenden medewerkers, honderden locaties en grote materiele kosten. In 2025 bedroeg alleen de post materieel 2,317 miljard euro; personeel en overhead waren 860,1 miljoen euro; gezondheidszorg 357,9 miljoen euro. Dat zijn geen abstracte cijfers. Het zijn collectieve middelen die ook niet naar andere publieke doelen kunnen gaan.
Waarom lagere instroom niet meteen lagere kosten betekent
Asielopvang werkt als een voorraadprobleem, niet alleen als instroomprobleem. Als procedures lang duren, als gemeenten statushouders niet kunnen huisvesten en als nareizigers toch bij de opvang terechtkomen, blijft de bezetting hoog. Daardoor dalen kosten niet automatisch zodra het aantal nieuwe aanvragen daalt. Fedasil laat hetzelfde mechanisme zien: minder aanvragen in 2025, maar een opvangnetwerk dat nog steeds bijna vol zat. Frankrijk meldt een opvanggraad rond 72 procent, terwijl kosten voor huisvesting juist de zwaarste laag blijven. De maatschappelijke vraag wordt dan: hoeveel tijdelijke noodlogica mag permanent worden voordat de belastingbetaler recht heeft op een harde herziening?
Mogelijke boodschap achter het nieuws
De officiele boodschap is: opvang groeit door druk op de keten en moet stabieler worden gefinancierd. De kritische tegenlezing is: stabiele financiering kan ook de crisis normaliseren als procedures, terugkeer, huisvesting en instroom niet tegelijk worden opgelost. Het harde gemeenschappelijke feit blijft de rekening: burgers betalen via collectieve begrotingen.
Neutrale conclusie
De harde conclusie is minder spectaculair dan het woord asielindustrie, maar belangrijker. Het COA is op basis van de openbare jaarrekening geen bewezen winstbedrijf. Fedasil, BAMF, OFII en Franse of Duitse uitvoerders zijn evenmin simpel in dat vakje te stoppen. Maar de asielopvang is wel veranderd in een megasysteem met miljardenbudget, gedragen door belasting- en premiegeld. Wie daarover spreekt, hoeft geen verborgen complot te bewijzen. De zichtbare documenten zijn al zwaar genoeg: de opvangrekening groeit, de keten loopt vast en de burger betaalt.
Bron:
- MOZOM-download: interactieve chart asielopvang, publieke budgetten en COA-groei
- MOZOM-download: CSV met berekening asielopvangbudgetten
- MOZOM-download: JSON met brondata asielopvangbudgetten
- COA: Financiele verantwoording 2025, aangeboden via de Eerste Kamer
- Tweede Kamer: Jaarverslag Asiel en Migratie 2025
- Officiele bekendmakingen: Jaarverslag Veiligheid en Justitie 2015, COA-bijdrage
- Officiele bekendmakingen: Kamerstuk 2016 over COA-personeel en krimp
- Fedasil: budget 2024 en federale dotatie 2015-2024
- Fedasil: opvangcijfers voor 2025
- Destatis: Asylbewerberleistungen, uitgaven en ontvangers 2024
- Destatis: Bruttoausgaben, Einnahmen und Nettoausgaben nach Laendern 2024
- Destatis: Zeitvergleich Asylbewerberleistungen 2015-2024
- Bundestag: Haushalt 2025, BMI/BAMF en integratie/migratie
- Senat: execution 2025, mission Immigration, asile et integration
- Senat: rapport d'information over kosten van asielbeleid
- Senat: projet de loi de finances 2025, immigratie en integratie